vrijdag 22 maart 2013

Op de 87ste verjaardag van ons moeder zetten we verder koers richting Rome. Maar eerst hebben we telefonisch contact gelegd om ons moeder en voor haar gezongen. Zondag vieren we haar verjaardag met de kinderen en de kleinkinderen. Ons Af en Pieter helpen op haar verjaardag zelf met het bedienen van de gasten uit het huis en enkele familieleden. Het zijn er niet meer zoveel, want de kring rondom ons moeder wordt steeds kleiner. Wat de Rome wandelclub betreft zijn we deze keer in volle bezetting; met zijn zessen. Harry en Isabel lopen allebei mee en zorgen voor een auto waar we met zijn zessen in kunnen. Zij hebben een oppas geregeld voor twee dagen. Om negen uur komen ze ons ophalen in de Argostraat en vervolgens rijden we richting Peter en Wil. Onderweg naar As merken we dat we toch al een behoorlijk eind zijn gevorderd. Want we rijden bijna een uur over de snelweg A2 naar Stein en meenemen daar de afslag richting As. We parkeren de auto op precies dezelfde plek als de vorige keer bij de grote kerk in As. Het is dan al half elf alvorens we aan de wandeling beginnen. Peter heeft weer goed werk geleverd door alles eerst op stafkaarten uit te werken en vervolgens in zijn GPS apparaat te verwerken.
Vrij snel buiten Bilzen zitten we al in de natuur op de Mechelse Heide. Daarvoor moeten we nog wel eerst nog wel een vierbaansweg oversteken zonder echte beveiliging. Dat zou je in Nederland niet zo maar kunnen doen maar in België is dat geen enkel probleem. De Mechelse Heide gaat soepel over Nationaal Park Hoge Kempen. De paden zijn wel erg modderig, want de afgelopen weken heeft het behoorlijk gesneeuwd en geregend. De hele week hebben we de weerberichten in de gaten gehouden met name op de Belgische televisie. De vooruitzichten waren niet goed. De temperaturen zijn rond het vriespunt en er zou een harde koude Noordoosten wind staan die de gevoelstemperatuur nog verder na beneden zou brengen. Vrijdag viel dat nog wel mee met name als je in de bossen wandelt heb je van de wind niet zo’n last en zolang het niet regent valt het allemaal wel mee. Het was zelfs zo dat af en toe het zonnetje iets of wat doorbrak. Onderweg zag ik reeën en hazen voorbij schieten, terwijl de anderen ze veelal niet waarnamen. Er werd ernstig getwijfeld aan mijn waarnemingsvermogen. Zeker toen Marij vertelde dat ik een ree gezien had in de Argostraat tijdens de Olympische Spelen in Londen. Gelukkig waren er toch nog een paar die enkele van mijn waarnemingen onderweg konden bevestigen. Volgens mij zou onze Piet wel trots op mij zijn dat al die jachtpartijen in het verre verleden toch nog iets opleveren; een scherp waarnemingsvermogen voor wild. Marij heeft dat ook wel met name onderweg van Eindhoven naar Den Bosch kijkt ze of ze ergens reeën of valken kan spotten.
Heel toepasselijk hebben we onze eerste koffiepauze bij een kapelleke ter ere van de heilige Hubertus, de beschermheilige van de jacht. Het kapelleke zelf stelt niet veel voor, maar staat op de kaart wel heel duidelijk gemarkeerd. Er staat een picknicktafel bij maar echt weer om lang stil te zitten is het niet. Als je in beweging bent gaat het goed maar als je gaat zitten koel je snel af en krijg je het koud ondanks de warme koffie die Will en Isabel hebben meegenomen. Peter had van tevoren al aangegeven dat we niet al teveel plekken zouden kunnen vinden om iets te eten of te drinken, dus moesten we daar zelf voor zorgen. We hadden deze keer ook alle zes rugzakken bij ons want we moesten ook de spullen meenemen voor de overnachting in Bilzen. Na de koffiepauze wordt de weg vervolgd door het Nationaal Park en over de heide. Op een aantal plaatsen komen we het bordje verboden toegang tegen maar daarvan hadden we de indruk dat dat niet voor ons geldt op weg naar Rome. De stelling is dan dat de Romeinen hier geen last van hebben gehad dus wij ook niet. Gelukkig komen we ook geen boze jachtopzichters tegen. Via een fietsbrug over de E314 komen we in de richting van Zutendaal. Die fietsbrug ziet er uit alsof het ooit als autoweg was bedoeld maar dat het nooit zover is gekomen. Voor dat we Zutendaal bereiken, horen we volop schieten. Het lijkt op een gegeven moment wel oorlog. Het is een militair oefenterrein waar het nieuwste wapentuig wordt getest. Als er een aantal salvo’s achter elkaar worden afgevuurd geeft je dat geen prettig gevoel. Gelukkig is het op enige afstand en hebben we niets te vrezen maar echt fijn is het niet. In Zutendaal zelf vinden we een Brasserie waar we kunnen lunchen. Het wordt soep en eieren met spek. Dat gaat er goed in. De stemming in de groep is erg goed. Iedereen heeft er zin in. Alhoewel als we even hebben gezeten, dan is het opstarten niet echt gemakkelijk.
Als we Zutendaal goed en wel uit zijn duiken we weer de natuur in. Het landschap wordt al wel wat heuvelachtiger en de weg is niet altijd meer even duidelijk. De GPS van Peter geeft een richting aan die niet in overeenstemming is met de paden waarop we wandelen. We moeten een weiland door waar ook een aantal Schotse Hooglanders staan te grazen. Het is er ook nog erg modderig en sommige schoenen blijken hier niet tegen bestand. Een aantal onder ons lopen enige waterschade op maar gelukkig weten we het goede pad toch weer te vinden en vervolgen onze weg richting Bilzen. Daarvoor moeten we nog wel het Albertkanaal over. Dat is een heel breed kanaal dat Luik met de haven van Antwerpen verbindt. Voor dat we Bilzen bereiken zijn er nog een aantal andere Bilzen die we door moeten zoals Munsterbilzen en Eigenbilzen. Het is net zo iets als Middelbeers, Oostelbeers en Westerbeers. Onderweg neemt Peter ons mee naar de ruïne van een oud kasteel waarvan alleen de contouren nog zichtbaar zijn. De laatste kilometers voelen zwaar aan en we zijn blij als we de eindstreep hebben bereikt. Het oorspronkelijke plan was om eerst langs te gaan bij het Bed&Breakfast adres waar we overnachten en dat de dames daar een massage zouden krijgen. Maar helaas zat dat er niet in vanwege de tijd en zijn we rechtstreeks doorgelopen naar de plek waar we wilden gaan eten: bij Chopin in hartje Bilzen. Daar hadden we onderweg voor zes personen gereserveerd, want het is tenslotte vrijdagavond en je weet niet hoe druk het daar zal zijn. Met onze schoenen onder de modder komen we het etablissement binnen. Zij hebben er geen problemen mee dat is maar goed ook. Iedereen is blij om te kunnen gaan zitten en als de wijn en het bier op tafel komt, dan zit de stemming er direct goed in. In totaal hebben we 28 km gelopen en dat is tot nu toe een van de verste etappes. Gelukkig hoeven we zaterdag niet zo ver te lopen maar zit er nog wel een museumbezoek aan vast.
Het eten gaat er goed in en weer aangesterkt zetten we onze tocht voort richting het Solveldje, onze overnachtingsplek. Het is een Bed&Breakfast-gelegenheid in een gewone straat. De vrouw des huizes heet ons van harte welkom. Ze neemt ons mee door de huiskamer, waar een jongeman zit te kijken naar de voetbalwedstrijd Macedonië-België, naar de plek waar we de volgende morgen kunnen ontbijten en waar we kunnen gaan zitten voor een kopje thee of koffie. Op de eerste verdieping zijn drie slaapkamers met kleur aangeven. Marij en ik komen op de rode kamer te liggen die volgens de vrouw ook wel de passiekamer wordt genoemd. Ze heeft geprobeerd iedere kamer een eigen invulling te geven. Het ziet er allemaal wel goed uit, maar doet me ook wel denken aan het huis van T(wan) in België. Zij is een beetje zweverig en hij is erg down-to-earth. Want de man des huizes heeft zes uilen in de tuin zitten en hij voert ze kuikentjes die hij ons vol trots toont. Dat gaat er bij onze groep niet zo goed in, maar we willen de beste man ook niet beledigen door hier kritiek op te leveren. De achtertuin is behoorlijk diep en er zijn allerlei bijgebouwtjes. Dat is bij T ook zo alhoewel zijn tuin en vijver nog veel groter zijn. In de vijver van ons gastverblijf kun je zwemmen met goudvissen tussen je benen. Er staat ook hottube die er aanlokkelijk uitziet maar niet bij deze temperaturen. Alhoewel Harry hierin nog wel interesse toont maar de anderen happen niet echt toe. We maken rond de ontbijttafel nog wel plannen voor de toekomst. Zo wordt afgesproken dat we in mei en juni een lang weekend van vier dagen gaan lopen in de Ardennen. In juli hebben we een week vastgelegd om door Noord Frankrijk te lopen. Dan zouden we misschien kunnen gaan kamperen en vanuit een basiskamp dagwandelingen maken.