‘t Klupke

Etappe 7  Jemeppe Sur Meuse – Poulseur 26 km

donderdag 9 mei 2013 (Hemelvaartsdag)      

Het slapen is en blijft een probleem als ik onderweg ben. Alhoewel het deze keer best wel meeviel. Ik val als een blok in slaap en slaap minstens vijf uur. Het is warm en de airco werkt niet echt. Een raam openzetten is niet echt verstandig want dan krijg je allerlei geluiden binnen van de straat en het station. Deze geluiden blijven nu zo goed als buiten. De ramen zijn dubbel geïsoleerd en dat werkt. Het ontbijt is niet inbegrepen bij de prijs dus gaan we bij de buren eerst iets drinken en daarna kopen we bij de Delhaize in het station ons ontbijt bij elkaar. We eten dit op met uitzicht op het perron waar onze trein zal vertrekken. Keurig op tijd komt deze aan en vertrekt op schema. Twee haltes later stappen wij weer uit en kan de zevende etappe echt beginnen. Zoals gewoonlijk begint de etappe met het maken van een foto waar alle wandelaars van de dag op staan. Peter had al gewaarschuwd dat hij een brug had gevonden waarvan hij niet zeker weet of dat we daar de Maas over zouden kunnen steken. Er lopen pijpleidingen van het ene industrieterrein van de Maas naar de andere oever waar ook een industrieterrein ligt. Volgens Peter zou over deze pijpleidingen heen een fietspad liggen dat ons na de overkant zou kunnen leiden. Maar als we bij de Maas aan komen wordt duidelijk dat zo iets niet mogelijk is. Helaas moeten we nu eerst een eindje langs een snelweg lopen om via een grote brug de Maas over te steken. Dit zet wel de toon voor de dag want we zullen onderweg nog wel op meer plaatsen komen waar we niet de meeste rechtstreekse weg kunnen volgen.

Als we de Maas zijn overgestoken komen we aan in Seraing of dat nu wel of niet bij Luik hoort dat weten we niet. Het heeft wel dezelfde desolate uitstraling alhoewel je ook wel kunt zien dat er volop gewerkt wordt aan de herinrichting van deze plaats. Het is Hemelvaart en er zijn veel mensen op straat op hun paasbest. De Belgen zijn nog wel redelijk katholiek en trouwere kerkgangers dan de Nederlandse katholiek. Maar ook hier zitten er al weer een aantal cafébezoekers in de ochtend aan het bier. Vanwege het goede weer zitten ze buiten op een terrasje en we besluiten om daar bij te gaan zitten. We nemen echter geen bier, maar cola voor de nodige suiker. De terrasbezoekers zijn een genot om naar te kijken. Wat ze zeggen begrijpen we niet maar het gaat er levendig aan toe. Vrij snel hierna duiken we eindelijk het groen in en dat hopen we een tijdlang vol te houden. De bossen rondom Luik zijn wat ons betreft de voorlopers van de Ardennen. Het Bois de la Merchandise d’Arras en het Bois de la Vecque zijn heel prettig om in te lopen, maar we merken ook wel dat het vlak lopen nu voorbij zal zijn voor een hele lange tijd. Het gaat op en af. Je weet bijna zeker als je een tijdje hebt geklommen dat je daarna weer moet gaan dalen en vervolgens weer stijgen. Dat is niet altijd even prettig maar wel het ritme waar we in terecht moeten komen. De bossen zijn nog licht groen en er staan veel bloemen langs de kant van het pad. We komen allerlei mensen tegen; hondenuitlaters, trimmers, gezinnetjes en mountainbikers. Echte wandelaars zoals wij zelf zijn toch wel een uitzondering. Zeker na een aantal stijgingen besluiten we te stoppen en even iets te drinken of te eten. Achteraf heb ik toch nog het idee dat ik niet genoeg gedronken heb onderweg. Want bij klimmetjes dan zweet je toch wel behoorlijk en al dat vocht verlies moet gecompenseerd worden. Het luie zweet gaat er in ieder geval uit en daarna volgt het echte zweet.

Begin middag bereiken we het gehucht Hout si Plout. Hierover heeft Peter de nodige informatie verzameld. Het verhaal gaat dat in de jaren zestig op de universiteit van Leuven het plan was opgepakt om alle Franstalige studenten verplicht Nederlands te laten leren. Dat pikten de Franstalige studenten niet en zij hebben toen het plan opgepakt om een eigen universiteit te beginnen in de openlucht in Hout si Plout. Dit gehucht bestaat uit twee huizen en een aantal stallen. Er wonen welgeteld 12 mensen en op een dag komen daar 4000 Franstalige studenten bij. De universiteit van Leuven heeft haar plannen ingetrokken maar nu nog wordt er jaarlijks een dag college gegeven in de openlucht in Hout si Plout. De naam van het plaatsje is ook heerlijk om uit te spreken. Het heeft te maken met de plaats waar het regent. De naam Hout si Plout komt vaker voor in België maar dan wel op een andere wijze geschreven. Op zaterdag komen in Xhout si Plout. Je spreekt het op dezelfde wijze uit maar je schrijft het anders waarbij de X bij ons als heel vreemd overkomt. Ik kan me geen plaats in Nederland voorstellen die begint met een X. In België dus wel. Bij Hout si Plout raken we de weg wel even kwijt maar dat duurt niet al te lang. We trekken door het Bois d’Esneux en in dit bos bevinden zich de hoogste en dikste bomen van de Benelux. Er is een speciaal park aangelegd het Domain du Rond Chêne. Hier zijn allerlei bomen gepland en onder anderen enkele Sequiadendron giganteum. Deze joekels van bomen zijn wij ook al eens tegengekomen op onze reis door Amerika in het Sequoia National Park in California. Daar kon je zelfs met de auto onder zo’n boom doorrijden. In de Closerie du Rond Chême is een boom te vinden die 45 meter hoog is en meer dan 9 meter in omtrek. De boom is daar in 1891 geplant. Er lopen wel wat verdwaalde bezoekers rond maar in het centrum van het park lijkt als verlaten en gesloten. Het zou kunnen dat het te maken heeft met Hemelvaart maar het complex kan wel een verfje gebruiken.

Aan de achterkant van het gebouwencomplex weten we uiteindelijk de weg volgens Garmin te vinden maar al snel lopen we onszelf vast en weet ook Garmin even niet meer hoe het zit. Door middel van logisch redeneren en stijgen naar het hoogste punt kunnen we de weg weer oppakken. We lopen over de sporen van een rupsvoertuig van buitengewone proporties. Zelf heb ik het idee van de film Avatar in mijn hoofd waarbij de bezetters van een planeet met grote rupsvoertuigen het oerwoud bestormen en alles vernietigen wat ze tegenkomen. Op deze plek heeft ook een groot rupsvoertuig zich een weg gebaand door het Bos van Esneux. Uiteindelijk leidt dit pad ons wel tot de weg zoals Peter dat had uitgetekend. We zijn redelijk vermoeid na toch een hele lange dag onder weg te zijn geweest. We zouden een etappe lopen van 25 km maar dat werd uiteindelijk 31 km dankzij alle omleidingen. Ieder keer als we fout liepen had Marij het idee dat het mijn fout was want in haar ogen kan Peter geen kwaad en ben ik de hoofdschuldige. Iedere keer als we fout gaan zou mij dat een bolletje ijs kosten. Volgens Marij wordt er pas afgerekend in Rome maar als het zo door gaat als vandaag dan kan ik wel een ijsco wagen kopen als het zover is. Uiteindelijk komen we op de verharde weg uit die erg rustig loopt want er is geen ander verkeer op te vinden. Het blijkt dat een eind verderop aan de weg wordt gewerkt en dat deze weg volledig is afgesloten. Daar hebben wij niet zoveel last van. Aan het einde van de weg komen we aan bij de rivier de Ourthe die dwars door de Ardennen stroomt. Marij heeft het nu wel gehad en loopt op een behoorlijke afstand achter ons aan. Het is niet meer zover naar Poulseur. De laatste kilometers zijn altijd heel zwaar en zeker als het extra kilometers zijn. Want eigenlijk zouden we al lang klaar moeten zijn. Een afstand van 31 km is wel te doen als je vlak loopt maar in de Ardennen is dat heel wat anders. We komen behoorlijk kapot aan bij Hostellerie Max waar we de nacht gaan doorbrengen. We worden verwelkomd door een lange magere oudere man die het hotel runt met een Afrikaanse. Het hotel heeft een restaurant met een Afrikaanse keuken. Er is een donkere vrouw maar de vraag is of het vrouw of dochter is van de eigenaar van het hotel. Mijn inschatting is dat het de dochter moet zijn maar af en toe ben ik in deze ook wel een beetje naïef.

We hebben ons nauwelijks geïnstalleerd op onze hotelkamer als we een bericht ontvangen dat Will en Isabel ook al zijn gearriveerd op de plaats van bestemming. Marij en Peter gaan hen verwelkomen terwijl ik een bad neem want dat hadden we net met warm water gevuld. Na een lange dag wandelen is het wel prettig om even in een warm bad te liggen. De voeten worden goed verzorgd en ik kan er weer tegen aan. Helaas moet ik wel weer mijn wandelschoenen aantrekken en dat is niet zo fijn. De volgende keer moet ik een paar slippertjes of teensandalen meenemen zodat mijn voeten goed kunnen ademen en niet meer gevangen zitten in een wandelschoen met zweet. Na het badderen sluit ik aan bij de rest van de groep die plaats hebben genomen op een terras in het zonnetje. Wat het weer betreft hebben we niet te klagen. De weersvoorspellingen waren niet al te goed maar het valt reuze mee. De Ardennen staan bekend als de natste plek in West Europa dus veel goeds hadden niet verwacht. Tot nu toe valt het reuze mee. Af en toe is er een buitje maar daarvoor hoeven we de regenjassen nog niet te voorschijn te halen. Nadat Marij ook in bad is geweest gaan we uit eten bij Le Relais even verder op in de straat waar gekookt wordt op houtskool. Een oudere man staat in de hitte van een open haard te werken met grote stukken vlees. Ik besluit om geen vlees te eten maar neem grote garnalen. Die zijn volgens mij beter verteerbaar zeker als je zo laat nog gaat eten als we dat doen. Hoe ouder je wordt hoe gevoeliger je bent voor allerlei zaken zoals laat eten en dan daarna niet goed kunnen slapen. Als kind heb je daar geen last van maar als oudere speelt dat steeds meer een rol. We zijn de laatste gasten in het restaurant en liggen relatief laat in bed.