
Het circusmozaiek is aan het begin van de 19e eeuw ontdekt op het grondgebied van een zekere Paul Macors. Na zijn dood besloot het gemeentebestuur de grond en het mozaiek aan te kopen voor 5000 francs. In 1820 wordt het naar een museum overgebracht. Pas in 1975 is het op zijn huidige plek gelegd. Het mozaiek stamt waarschijnlijk uit de eerste eeuw na Chr.
Het mozaiek meet 5 bij 3 meter. De eigenlijke afbeelding is omkaderd door een aantal randen van witte en zwarte steentjes en zwart-witte tanden. Daarbinnen versieringen in de vorm van een vaas met slingerende ranken met bloemen, en vlechtwerk.
Het centrale deel toont de arena zonder de toeschouwersruimte.
Aan de linkerkant zijn de carceres, de boxen. Het zijn er vier aan elke kant. Omdat er acht vierspannen in de baan zijn, moeten we aannemen dat het allemaal startboxen waren. Maar dan moet het nadeel dat de meest linkse spannen hebben, op een of andere manier zijn gecorrigeerd. Boven de centrale ingang is de loge van de organisator, vergezeld van twee scheidsrechters. De organisator heeft een mappa in zijn hand. Als hij de witte doek liet vallen, was dat het begin van de race.
De as van de arena wordt gevormd door de spina, waaromheen de paarden hun ronden draaien. De spina was in Rome, in het Circus Maximus, 340 meter lang, of dat hier ook het geval was weten we niet zeker. Het is opmerkelijk dat de spina hier gevormd wordt door twee bassins gevuld met water. In elk bassin staan twee poorten met telkens zeven waterspuwende dolfijnen en zeven eieren. Er staan mannetjes bij die deze poorten bedienen door bij elke ronde een dolfijn en een ei neer te halen. In het linkerbassin staat een obelisk. Aan de buitenkant van de bassins zijn de metae, de keerpunten met drie zuiltjes op een voetstuk.
Tussen de bassins staan twee mannen, waarvan één met een olijftak en de ander met een lauwerkrans. Die zullen uitgereikt worden aan de overwinnaar. Er zijn nog meer functionarissen in de arena. Linksboven een sparsor met een emmer water, die tijdens de race menner en paarden besprenkelde met water en misschien ook de assen van de wagens koel hield. Verder zijn er hortatores, die tijdens de race te paard tussen de wagens reden om de menners van hun eigen stal op de hoogte te houden van de stand van zaken, vooral van wat er achter hun rug gebeurde. Op dit mozaiek is de groene hortator boven afgebeeld. Aan de onderkant is er ook nog een, maar die is besschadigd. Rechtsonder een man met een zweep – om de paarden extra aan te moedigen? – en een schaar – om de teugels door te knippen in geval van een ongeluk? Tenslotte nog twee mannen bij de starthokken. De man bij de toegangspoort moet waarschijnlijk toezien op een juiste start. De man boven de startboxen heeft de touwen van de poortsluitingen in handen. Hij is er verantwoordelijk voor dat de poortjes tegelijk openspringen na het vallen van de mappa.
Er waren vier renstallen: de Groenen, de Blauwen, de Roden en de Witten. Uiteraard had iedere stal zijn eigen fanatieke supporters. Van elke kleur kon elke Romein supporter zijn, er was geen verschil in rangen en standen. De wagenmenners stonden op wagens die getrokken werden door vier paarden. Ze moesten zeven volle ronden afleggen, waarbij vooral het gedrang rond de keerpunten veel behendigheid van jen vergde. Daarbij was veel geoorloofd. De film Ben Hur geeft wat dat betreft een goed beeld: afsnijden, hinderen, andermans paarden slaan. Maar andere menners slaan was verboden. Dat het regelmatig misging is ook op dit mozaiek te zien. Na beide keerpunten ligt een omgeslagen en vernield vierspan.
Wat de twee witte strepen zijn, is niet helemaal duidelijk. De eindstreep ligt ongetwijfeld in het midden van de baan, de andere streep had wellicht een functie bij de start.