‘t Klupke

42.3 Lugdunum Tabula Claudiana

In het Gallo-Romeinse museum van Lyon bevindt zich een belangrijke historische bron, de z.g. Tabula Claudiana, een bronzen plaat met daarop een (deel van een) redevoering die Keizer Claudius in 48 in de senaat van Rome gehouden heeft. De rede is uitgesproken naar aanleiding van een verzoek van Gallische notabelen om opgenomen te worden in de Romeinse senaat. Vanwege dit onderwerp en omdat Claudius in Lyon was geboren, is het niet verwonderlijk dat men in Lyon deze bronzen plaat heeft laten maken. We weten ook dat Claudius deze speech echt gehouden heeft omdat de latere geschiedschrijver Tacitus hem in zijn eigen stijl heeft verwoord in de Annales waarin hij de geschiedenis van de eerste keizersvertelt.

Keizer Claudius verdedigt in zijn rede het standpunt van het gezond verstand en de open samenleving tegenover de het conservatisme en het nationalisme van een groot aantal senatoren.  Enkele stellingen uit het standpunt van de tegenstanders:

‘Moest men zich als het ware krijgsgevangen laten maken door een horde vreemdelingen?’

‘Die Galliërs zouden met hun geld tot in alle hoeken en gaten doordringen, terwijl hun grootvaders en overgrootvaders met het zwaard in de hand de vijandige stammen hadden aangevoerd die onze legers met hun geweld hadden geteisterd en de goddelijke Julius Caesar bij Alesia hadden belegerd.’

Claudius trok zich van deze bezwaren niets aan. Hij wijst o.a. op het volgende:

‘We hebben er toch zeker geen spijt van dat de Balbi uit Spanje en niet minder prominente namen uit Gallia Narbonensis zich hier hebben gevestigd? Hun nakomelingen bevinden zich in ons midden, en zij houden niet minder van deze stad, de stad van onze voorvaderen, dan wijzelf.’

En hij sluit af:

‘Leden van de senaat, alles wat nu als oeroud gebruik wordt beschouwd, was ooit nieuw (hij noemt enkele voorbeelden). Ook deze vernieuwing zal ooit oude gewoonte worden, en wat ik nu bepleit onder verwijzing naar precedenten uit het verleden, zal zelf precedent worden.’

Kort daarna krijgt de eerste stam van de Galliërs het recht om in de senaat opgenomen te worden, spoedig volgen ook de andere.